Kantonrechter Alphen aan den Rijn 04-07-2000 (Hage), Prg. 2000, 5540


Ontslag op staande voet. Ontbinding gewichtige redenen (voorwaardelijke). Ziekte.

Een 44-jarige werknemer (vier jaar in dienst, salaris NLG 3.374,-- bruto per maand) wordt na één jaar ziekte wegens rugklachten minder dan 15% arbeidsongeschikt geacht. De werknemer, die weliswaar ongeschikt is voor zijn eigen werk (servicemonteur buitendienst), is wel geschikt voor vervangend werk als monteur werkplaats. De werknemer maakt bezwaar tegen de beslissing van de GAK-arts en verzoekt om herkeuring. Als de werknemer zich na een dag werken ziek meldt, ontslaat de werkgever de werknemer wegens werkweigering op staande voet en verzoekt op dezelfde grond voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is met de werknemer van oordeel dat de vraag of de werknemer zich ten onrechte arbeidsongeschikt acht en zich schuldig maakt aan werkweigering in deze procedure niet beantwoord kan worden. Het feit dat de werknemer geen second opinion heeft verzocht, maakt dit niet anders. De werknemer heeft beroep ingesteld en zal in dat kader medisch onderzocht worden. Dit is een meer geëigende procedure om werknemers klachten vast te stellen dan een second opinion. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsverhouding is verstoord als gevolg van het ontslag op staande voet, hetgeen de werkgever is toe te rekenen. Gelet op het onberispelijke arbeidsverleden van de werknemer acht de kantonrechter een vergoeding van NLG 25.000,-- bruto redelijk en ontbindt voorwaardelijk onder toekenning van die vergoeding.

Terug naar overzicht