Kantonrechter Alphen aan den Rijn 13-06-2001 (Bronsgeest), JAR 2001, 161, Prg. 2001, 5730


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Functiewijziging; (geen). Goed werkgeverschap. Schadeloosstelling (C=2). Smartengeld.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 161.

De werkgever heeft de werknemer - 43 jaar oud, 26 jaar in dienst, salaris NLG 4.450,40 bruto per vier weken, laatstelijk werkzaam als Hoofd Filialenbureau/Receptie - aange- sproken op het bestaan van een verschil tussen het aantal uren dat werknemer voor zichzelf had ingevuld enerzijds en het aantal uren dat aan de salarisadministratie was opgegeven anderzijds. De werknemer heeft geen verklaring voor de verschillen kunnen geven, maar heeft wel benadrukt dat er geen sprake was van opzet. De werkgever heeft de werknemer vervolgens met onmiddellijke ingang uit zijn functie ontheven en heeft hem in een ander filiaal tewerkgesteld als een soort van manusje van alles. De werkgever heeft geweigerd om de werknemer alle relevante documenten ter zake van de urenregistratie te doen toekomen. De werknemer verzoekt thans ontbinding met toepassing van correctiefactor 3 en toekenning van smartengeld. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en kent een vergoeding toe overeenkomstig correctiefactor 2. Daartoe overweegt hij dat de werkgever de werknemer nauwelijks de gelegenheid heeft gegeven om te reageren op de beschuldigingen. Daarnaast heeft hij stelselmatig geweigerd om de werknemer kopieën te verstrekken van de documenten waarop hij zijn beschuldigingen baseerde alsmede om nader onderzoek te verrichten. Aldus heeft hij niet als een goed werkgever gehandeld. De kantonrechter acht verder van belang dat werknemer tot week 36 van het jaar 2000 de planningslijsten opstelde onder leiding van zijn toenmalige leidinggevende en dat deze hem nimmer op onjuistheden heeft gewezen. Het feit dat er thans verschillen in de uren zijn geconstateerd, brengt nog niet mee dat de werknemer willens en wetens de werkgever heeft willen benadelen, waarbij ook van belang is dat de werknemer in het algemeen eerder meer dan minder dan 40 uur per week werkte. De rechter acht de eenzijdig per direct doorgevoerde degradatie buiten alle proportie. Verder is het kwalijk dat de werkgever nog steeds zijn handelwijze bagatelliseert zoals blijkt uit het feit dat hij de werknemer in de ontbindingsprocedure aanduidt als gelukzoeker. Naast voornoemde ontbindingsvergoeding komt aan de werknemer daarom NLG 4.000,-- netto smartengeld toe wegens aantasting van zijn eer en goede naam

Verder lezen
Terug naar overzicht