Kantonrechter Alphen aan den Rijn 29-02-2000 (Hage), JAR 2000, 88, Prg. 2000, 5503


Proeftijd. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 88.

Een werknemer wordt benaderd door een wervings- en selectiebureau voor de functie van accountmanager. Na een sollicitatieprocedure van vier maanden zegt de werknemer zijn baan elders op en treedt in dienst bij de nieuwe werkgever voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee maanden. Als de werknemer tijdens de proeftijd wordt ontslagen vanwege organisatorische veranderingen als gevolg van overname van de onderneming, vordert de werknemer loon voor de resterende duur van het dienstverband. De werknemer stelt dat de werkgever oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van het proeftijdbeding en in strijd met het goed werkgeverschap heeft gehandeld. De werkgever stelt dat tijdens het sollicitatiegesprek de overname aan de orde is geweest en dat de werknemer is gewezen op eventuele consequenties. De werkgever legt daartoe drie verklaringen van werknemers over die dit gesprek met de werknemer hebben gevoerd respectievelijk bijgewoond. De kantonrechter is van oordeel dat het feit dat de werkgever de werknemer in de proeftijd heeft ontslagen om redenen die geen verband houden met de beoordeling van zijn functioneren, geen aanleiding is tot een schadevergoeding. Desondanks kan de beëindiging tijdens de proeftijd onzorgvuldig en in strijd met het goed werkgeversschap zijn. Gezien de verklaringen stelt de kantonrechter vast dat de werknemer uitdrukkelijk is gewezen op het aan de overname verbonden risico voor de continuïteit van zijn functie. Niet kan worden gezegd dat de werkgever niet als een goed werkgever heeft gehandeld. De kantonrechter wijst de vordering af.

Verder lezen
Terug naar overzicht