Kantonrechter Amsterdam 02-02-2001 (Ulrici), JAR 2001, 59


Uitzendarbeid. Concurrentiebeding. Competentie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 59.

De werknemer is per 1 september 1999 bij de werkgever in dienst getreden en is door hem bij een datacenter gedetacheerd. Tussen partijen is een relatiebeding overeengekomen dat de werknemer verplicht om zich gedurende een jaar na afloop van het dienstverband te onthouden van zakelijke contacten met cliënten van de werkgever. Voorts is tussen de werkgever en het datacenter in de door hen gesloten raamovereenkomst betreffende de detachering overeengekomen dat partijen geen medewerkers van elkaar in dienst zullen nemen tijdens een opdracht en gedurende een jaar na afloop daarvan. De werknemer wil ontslag nemen en bij het datacenter in dienst treden. De werkgever verzet zich daartegen. De kantonrechter is van oordeel dat het tussen partijen gesloten relatiebeding niet als een concurrentiebeding in de zin van art. 7:653 BW kan worden aangemerkt. Voor zover in een bodemprocedure geoordeeld zou worden dat dit wel het geval is, overweegt de kantonrechter dat het beding geen betrekking heeft op onderhavige situatie waarbij de werknemer in dienst wil treden bij een onderneming waar hij heeft gewerkt, maar geen klanten van de werkgever wil benaderen om zijn diensten aan te bieden. Het beding zal daarom geschorst worden. Met betrekking tot het beding in de raamovereenkomst tussen de werkgever en het datacenter overweegt de kantonrechter dat hij bevoegd is om van de vordering tot schorsing van dit beding kennis te nemen, omdat de vordering louter het indirecte belemmeringverbod - namelijk voor het datacenter om gedetacheerd personeel in dienst te nemen - betreft en daarmee betrekkelijk is tot een arbeidsovereenkomst. Het beding acht de kantonrechter vernietigbaar. Weliswaar is in de WAADI geen schriftelijk belemmeringverbod meer opgenomen, maar gelet op de parlementaire geschiedenis, het algemene overeenkomsten- recht en de jurisprudentie (Pres Rb Amsterdam 04-11-1999, JAR 1999, 246, Recht- spraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 89) moet aangenomen worden dat een dergelijk verbod is gehandhaafd. Ook dit beding zal daarom geschorst worden

Terug naar overzicht