Kantonrechter Amsterdam 02-07-2002 (Brouwer), JAR 2002, 175


Concurrentie. Ontslag op staande voet. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 175.

De werkneemster, 39 jaar oud, is op 15 juni 2000 bij de werkgever in dienst getreden als Senior Account Manager. Per 12 februari 2002 heeft de werkneemster zich ziek gemeld wegens werkgerelateerde spanningen. Bij brief van 24 april 2002 heeft de werkgever de werkneemster op staande voet ontslagen wegens het tijdens ziekte verrichten van werkzaamheden ten behoeve van concurrerende derden ten nadele van de werkgever. De werkneemster vordert als voorlopige voorziening doorbetaling van loon. De kantonrechter stelt vast dat de werkneemster tijdens haar inactiviteit wegens ziekte, in het kader van een bemiddelingsopdracht van een relatie van de werkgever haar ex-collega en zijn nieuwe bemiddelingsbureau heeft ingeschakeld. De kantonrechter aanvaardt de stelling niet dat de werkneemster één en ander namens en in het belang van de werkgever heeft gedaan. De werkgever heeft aannemelijk gemaakt dat hij van het bestaan van het nieuwe bureau van de ex-collega niet op de hoogte was en dat de werkneemster de regels, die de werkgever gebruikelijk hanteert bij het inschakelen van onderaannemers, niet heeft gevolgd. De werkneemster heeft aldus de schijn op zich geladen niet in het belang van de werkgever te hebben gehandeld, maar in het belang van haar ex-collega die een nieuw concurrerend bureau was begonnen. Dit zo zijnde, heeft de werkneemster zich niet als een goed werknemer jegens de werkgever gedragen. Op grond van één en ander wordt geoordeeld dat voorshands niet met voldoende zekerheid is komen vast te staan dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure geen stand zal houden. De vordering van de werkneemster kan daarom niet toegewezen worden.

Verder lezen
Terug naar overzicht