Kantonrechter Amsterdam 03-07-2002 (Fruytier), JAR 2002, 176


Dringende reden. Onkostenvergoeding. Ontbinding gewichtige redenen, malversaties). Ontslag op staande voet. Schadeloosstelling (geen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 176.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van twee werknemers, van respectievelijk 47 en 51 jaar oud, die 22 en 33 jaar in dienst zijn (salaris € 2.044,-- respectievelijk € 2.185,-- bruto per maand). De werkgever voert daartoe aan dat de werknemers ten onrechte bonnen hebben gedeclareerd voor een maaltijd die zij niet hebben genoten. Toen hun manager hierover vragen stelde, omdat hij het niet vertrouwde, hebben zij niet de waarheid verteld. Vervolgens heeft de werkgever een onderzoeksbureau ingeschakeld. Ook deze heeft met de werknemers gesproken, waarbij zij een tweede versie hebben verteld. Ook deze versie bleek uiteindelijk niet waar te zijn. De werkgever heeft de werknemers daarop op staande voet ontslagen en verzoekt thans, voor zover vereist, ontbinding op grond van een dringende reden. De kantonrechter stelt vast dat beide werknemers valsheid in geschrifte hebben gepleegd. De ene werknemer heeft een maaltijd gedeclareerd die hij niet heeft genoten, terwijl het bonnetje betrekking had op een andere maaltijd. De andere stelt wel een maaltijd te hebben aangeschaft, maar heeft een bonnetje bijgevoegd dat niet op die maaltijd betrekking had. Beide werknemers hebben vervolgens tot tweemaal toe leugenachtige verklaringen afgelegd. Daaruit volgt dat de werkgever het vertrouwen in het correct declareergedrag heeft kunnen verliezen. Eén en ander rechtvaardigt ontbinding wegens een dringende reden, zonder vergoeding. De kantonrechter heeft de leeftijd en lengte van het dienstverband in zijn afwegingen betrokken en is ervan overtuigd dat het ontslag ingrijpende gevolgen heeft. Toch is hij na ampel overwegen tot de slotsom gekomen dat het feit zelf, de voorbedachte rade (het was tijdens de lunch bedacht), de leugens en het daarmee geschonden vertrouwen in de correcte opgave van te declareren onkosten, de ontbinding wegens dringende reden rechtvaardigt.

Terug naar overzicht