Kantonrechter Amsterdam 04-12-1998, JAR 1999, 21 (Van der Meer)


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Ziekte. Passende arbeid. Schadeloosstelling. Buitenlandse werknemer.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 21.

Een 60-jarige arbeidsongeschikte buitenlandse werknemer, 25 jaar in dienst (waarvan negen jaar bij een voorganger van werkgever) als schoonmaker, salaris NLG 2.753,23 bruto per maand, verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat hij arbeidsgeschikt is voor andere werkzaamheden en de werkgever geen passend werk voor hem heeft. De werknemer verzoekt een vergoeding van NLG 40.000,-- stellende, onder verwijzing naar brieven van zijn huisarts en psycholoog, dat hij arbeidsongeschikt is geworden door het zware werk. De kantonrechter vermoedt, gezien de door de werkgever niet betwiste klachten, dat er sprake is van een algehele slijtage. De door de psycholoog gestelde vergelijking met de zg. Schildersziekte neemt de kantonrechter niet letterlijk, nu er in schoonmaakmiddelen niet die specifieke oplosmiddelen voorkomen. De kantonrechter acht aannemelijk dat de algehele slijtage is toe te schrijven aan de schoonmaakwerkzaamheden. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst als gevolg van de slechte gezondheid van de werknemer, valt dan ook in de risicosfeer van de werkgever. Met betrekking tot de vergoeding overweegt de kantonrechter dat de werknemer tot aan zijn pensionering gedurende 41/2 jaar ongeveer NLG 500,-- per maand inkomsten zal derven. Het is derhalve billijk een vergoeding van NLG 10.000,-- toe te kennen.

Terug naar overzicht