Kantonrechter Amsterdam 05-06-2002 (Westhoff), JAR 2002, 158


Goed werkgeverschap. Onkostenvergoeding. Studiekosten(geen verplichting tot terugbetalen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 158.

De werkneemster is van 1 januari 1998 tot 1 september 2000 bij de werkgever in dienst geweest als 2e assistent-accountant. In de algemene arbeidsvoorwaarden van de werkgever is bepaald dat, bij beëindiging van het dienstverband op verzoek van de medewerker, deze de hem vergoede studiekosten moet terugbetalen welke door de werkgever zijn vergoed over de periode van 24 maanden voorafgaand aan de verbreking van het dienstverband. De werkgever vordert dat de werkneemster een bedrag ad NLG 12.274,27 aan studiekosten terugbetaalt. De werkneemster stelt dat de studiekostenregeling nietig is omdat deze geen zogenaamde glijdende schaal kent. De kantonrechter overweegt dat aangenomen moet worden dat de werkgever aan de werkneemster de kosten van (afronding van) de studie tot register accountant heeft vergoed in het kader van haar formatieplanning en werving. In dat kader heeft het de werkgever vrij gestaan zekere voorwaarden aan de vergoeding van de opleiding te verbinden. De financiële verplichtingen van de werkneemster dienen echter als onderdeel van de arbeidsovereenkomst beschouwd te worden in het kader van de loonbetalingen. In dat licht bezien brengt een beding als het onderhavige mee dat de werkgever de opleidingskosten boekhoudkundig kan boeken als bedrijfslast voor belastingen, terwijl zij na verhaal op de werkneemster op haar netto loon drukken. Gelet op de omvang van het verhaal moet aangenomen worden dat dit een onevenredige aanslag vormt op het inkomen dat de werkneemster bij de werkgever heeft verdiend. In die zin is verhaal van het (gehele) bedrag in strijd met de verplichtingen van een goed werkgever. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de bepalingen van art. 7:617 BW ten aanzien van voor rekening van de werkgever te komen onderricht en art. 7:631 BW ten aanzien van inhoudingen op het loon en het besteden van loonbestanddelen zich niet verdragen met een (zo omvangrijke) terugbetaling van opleidingskosten als in onderhavig geval. Het feit dat met de nieuwe werkgever geen afspraken zijn gemaakt over vergoeding van een deel van de opleiding brengt niet mee dat de kosten daarvan voor rekening van de werkneemster komen. De vordering moet derhalve worden afgewezen.

Terug naar overzicht