Kantonrechter Amsterdam 06-01-2003 (Tan), JAR 2003, 44


Anciënniteitsbeginsel. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Uitzendarbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 44.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, 57 jaar oud, bijna vier jaar in dienst als projectmedewerker, salaris € 4.582,27 per maand te vermeerderen met emolumenten. De werkgever is een op dienstverlening gerichte organisatie die onder meer ICT-personeel detacheert. Toen de markt hiervoor sterk verslechterde is de werkgever met zijn OR een sociaal plan overeengekomen dat van toepassing is op werknemers die meer dan twee maanden geen betaalde opdrachten meer uitvoeren. Het sociaal plan bevat een afvloeiingsregeling waarbij is aangesloten bij de kantonrechtersformule. De detachering van de werknemer is per 1 maart 2002 geëindigd. Daarna heeft hij geen facturabele werkzaamheden meer verricht. De werkgever heeft hem overcompleet verklaard. De werknemer heeft niet willen meewerken aan ontslag. Daarop heeft de werkgever ontbinding verzocht. De kantonrechter overweegt dat een overeenkomst die een werkgever met de OR sluit niet de status heeft van een CAO die alle werknemers van het bedrijf zonder meer volledig bindt. Wel kan een met de OR overeengekomen sociaal plan een richtlijn zijn bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige. De kantonrechter is van oordeel dat de keuze voor ontslag terecht op de werknemer is gevallen, nu hij reeds vanaf maart 2002 niet meer heeft gewerkt. Het selectiecriterium van twee maanden zonder detacheringplek in plaats van toepassing van het anciënniteitbeginsel is gerechtvaardigd nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen is gesloten op basis van het elders gedetacheerd worden van de werknemer. Daarmee heeft die overeenkomst in zoverre tevens het karakter van een uitzendovereenkomst. In die situatie kan niet zonder meer van de werkgever verlangd worden dat hij een werknemer die "op de bank" komt te zitten in de plaats stelt van een elders gedetacheerde werknemer die korter in dienst is. Aan de werknemer komt bij de ontbinding een vergoeding toe met toepassing van correctiefactor 1, is € 50.000,--. Voor een verlaging omdat de werknemer niet heeft meegewerkt aan zijn ontslag, is onvoldoende grond. (Zie ook Hof 's-Gravenhage 29-11-2002, JAR 2002, 293, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2002, blz. 116).

Verder lezen
Terug naar overzicht