Kantonrechter Amsterdam 07-02-2001 (Van der Linde), JAR 2001, 112


(Herhaald verzoek) Ontbinding gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 112.

De werkgever heeft begin oktober 2000 verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 52-jarige taxichauffeur (drie jaar in dienst, salaris NLG 2.935,-- bruto per vier weken), omdat hij betalingen van passagiers niet zou hebben afgedragen en onvoldoende zorg voor belangen zou hebben. Bij beschikking van 5 december 2000 heeft de kantonrechter dit verzoek afgewezen omdat beide verwijten onvoldoende aannemelijk waren geworden. De werkgever heeft daarop in januari 2001 opnieuw een verzoekschrift ingediend. Dit verzoek berust op dezelfde grondslagen, maar bevat thans ook een deskundigenverklaring en rittenstaten van chauffeurs die na een dienst van de werknemer met dezelfde taxi hebben gereden. De kantonrechter overweegt dat een partij alleen met vrucht een nieuw ontbindingsverzoek kan doen nadat een eerder ingediend verzoek is afgewezen, indien nieuwe feiten of omstandigheden die bij een eerdere behandeling nog onbekend waren of redelijkerwijze niet bekend hadden kunnen zijn, aanleiding zouden kunnen zijn voor een ander oordeel. In de onderhavige zaak zijn echter dezelfde feiten aangevoerd als in de eerdere zaak. Het enige verschil is dat thans meer bewijsstukken zijn overgelegd. Gesteld noch gebleken is evenwel dat die stukken niet ook al bij het eerste verzoek hadden kunnen worden overgelegd. Een herhaald verzoek tot ontbinding als het onderhavige vertoont sterke gelijkenis met het middel van hoger beroep. De wetgever heeft hoger beroep van een ontbindingsbeschikking echter uitgesloten. De procedure ex art. 7:685 BW is gericht op een spoedige beslissing over een eventuele ontbinding en vergoeding. Met dit karakter is een nieuw verzoek, gedaan op een grond waarover al eerder is beslist, niet verenigbaar

Verder lezen
Terug naar overzicht