Kantonrechter Amsterdam 08-07-2003 (De Jong Schouwenburg), NJF 2003, 69


Ontbinding gewichtige redenen. Voorlopige voorziening.

Een werknemer doet een concreet voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst door middel van een ontbindingsprocedure, mits de werkgever aantoonbaar geen andere passende functie heeft. De werkgever bevestigt de werknemer schriftelijk dat indien de werknemer geen andere baan zou hebben gevonden per 1 maart 2003 de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden per 1 juli 2003. Als de werkgever op 1 april 2003 een concept verzoekschrift verstuurt met het verzoek een concept verweerschrift te sturen, laat de werknemer weten dat er geen overeenstemming over beëindiging van de arbeidsovereenkomst is bereikt. De werkgever vordert vervolgens bij voorlopige voorziening nakoming van de beëindigingsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat een overeenkomst, waardoor een partij wordt verhinderd zijn standpunt bij de bevoegde rechter kenbaar te maken, strijdig is met de openbare orde en dus geldigheid mist. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat de aard van de onderhavige procedure, die strekt tot het verkrijgen van een maatregel, zich ertegen verzet dat een beslissing wordt gegeven waardoor het voor de rechter onmogelijk wordt terzake naar eigen goeddunken een beslissing te geven. Dit geldt temeer nu de kantonrechter binnen twee maanden onherroepelijk zal hebben beslist. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat deze situatie zich onderscheidt van de situatie, waarbij de bodemrechter alsnog in de gelegenheid is om een beslissing ten gronde te geven. In dit geval is de vordering namelijk bedoeld om de beslissing definitief aan het oordeel van de door partijen aangewezen rechter te onttrekken. De kantonrechter wijst de vordering af.

Verder lezen
Terug naar overzicht