Kantonrechter Amsterdam 09-05-2001 (Westhoff), JAR 2001, 114


Ontslag op staande voet (fraude). RDA-vergunning. Keuze nietigheid/schade- plichtigheid. Kennelijk onredelijk ontslag. Gefixeerde schadevergoeding. Schade- loosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 114.

Een werkgever heeft een treinsteward (drie jaar in dienst, salaris NLG 2.320,98 bruto per maand) op staande voet ontslagen naar aanleiding van een rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche waaruit zou blijken dat de werknemer gefraudeerd zou hebben bij de verkoop van kopjes thee, koffie en cola. De werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen, waarna de werkgever voor zover vereist een ontslagvergunning heeft aangevraagd bij de RDA. De RDA heeft deze op 20 maart 2000 verleend, terwijl de termijn voor de werknemer om verweer te voeren afliep op 28 maart 2000. De werknemer heeft daarop in de reeds door hem gestarte procedure bij repliek zijn eis gewijzigd in die zin dat hij zich niet meer beriep op nietigheid, maar op onregelmatigheid van het ontslag en tevens stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was. De kantonrechter stelt vast dat de werkgever zich niet tegen de eiswijziging heeft verzet en ook geen beroep op verjaring heeft gedaan, zodat op de vordering beslist kan worden. Het ontslag op staande voet acht de kantonrechter niet rechtsgeldig. Het rapport van Hoffmann is onvolledig. De anonieme tip die reden zou zijn geweest voor het onderzoek wordt er niet in genoemd, een deel van het rapport is niet overgelegd en aan het standpunt van de werknemer is geen enkele aandacht besteed. Bovendien zijn de gestelde frauduleuze gedragingen onvoldoende aangetoond. Aan de ontslagvergunning van de RDA kan geen betekenis toekomen. De beslissing is afgegeven tijdens de verweertermijn van de werknemer, de werkgever heeft een door de werknemer ingebracht formulier niet gekregen en de werknemer heeft het rapport van Hoffmann niet kunnen inzien. Bovendien is de overweging van de RDA dat aan de enkele ontkenning van de werknemer geen betekenis toekomt, in strijd met het juridisch kader waarin ook de beslissing van de RDA dient te worden genomen. Eén en ander brengt mee dat het ontslag op staande voet onregelmatig is, zodat een bedrag aan loon gelijk aan de duur van de opzegtermijn verschuldigd is, en ook kennelijk onredelijk ter zake waarvan een schadevergoeding van NLG 8.500,-- billijk is

Terug naar overzicht