Kantonrechter Amsterdam 10-04-2003 (Brouwer), JAR 2003, 112


Loon. Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 112.

De werknemer is van 1 september 1996 tot 1 november 2001 als schoonmaker in dienst geweest van de "werkgever" en diens rechtsvoorganger, en heeft gewerkt in het AMC te Amsterdam. Sinds 1 november 2001 werkt de werknemer bij de firma Euroclean B.V. Krachtens de CAO 1995/1999 had de werknemer recht op een jubileumtoeslag van 3,5% bij het bereiken van een dienstverband van tien jaar en van 6,5% bij een dienstverband van 15 jaar bij één werkgever. De werknemer vordert dat de "werkgever" de oplopende jubileumtoeslag inclusief vakantiegeld over de periode van 1 maart 1999 tot 1 september 2001 aan hem betaalt. Daartoe stelt de werknemer dat, om in aanmerking te komen voor de jubileumtoeslag, de elkaar opvolgende werkgevers op hetzelfde werk en bij hetzelfde schoonmaakcontract, als één werkgever moeten worden aangemerkt. De "werkgever" stelt dat de opgebouwde toeslag wordt meegenomen naar een volgende werkgever, maar dat de verdere opbouw bij een nieuwe werkgever opnieuw begint. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer bij zijn eerste werkgever in de periode tot aan november 1994 tien dienstjaren had opgebouwd. Deze toeslag nam hij mee naar zijn vorige werkgever, gedaagde. Verder staat vast, aldus de kantonrechter, dat de werknemer bij de "werkgever" in dienst is gekomen bij wijze van contractsovername. Voor de werknemer bleven het werk en de werkomstandigheden gelijk. Het was niet zijn initiatief om bij "werkgever" in dienst te treden. Naar het oordeel van de kantonrechter dient in een dergelijke situatie te gelden dat in opbouw zijnde aanspraken, die zich nog niet lieten vertalen in een concrete toeslag, worden meegenomen naar de nieuwe werkgever. Het tegendeel zou leiden tot de onaanvaardbare situatie dat het bereiken van een jubileumtoeslag voor werknemers niet afhankelijk zou zijn van hun betoonde arbeidstrouw, zoals kennelijk de bedoeling is van de regeling, maar van het willekeurige tempo waarin de contractaanbesteder van aannemer wisselt. De "werkgever" en zijn voorgaande contractaannemers worden daarom met betrekking tot de arbeid van de werknemer als één werkgever aangemerkt als bedoeld in de CAO. De vordering van de werknemer is derhalve toewijsbaar.

Terug naar overzicht