Kantonrechter Amsterdam 12-06-2001, 12-02-2002 (De Jong Schouwenburg), JAR 2002, 48


Gratificatie/tantième. Wijziging arbeidsvoorwaarden (wijziging in bonusbeleid toelaatbaar).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 48.

De werknemer is sinds 4 augustus 1975 bij de werkgever in dienst. De werkgever heeft de werknemer in de periode van 1981 tot 1994 jaarlijks een bonus uitgekeerd van minimaal één maandsalaris. Op 10 januari 1996 heeft de werkgever kenbaar gemaakt voortaan, mits het budget zou worden gehaald en mits de werknemer naar behoren zou hebben gefunctioneerd, een bonus te zullen uitkeren aan werknemers die voor 1 oktober 1996 in dienst zijn gekomen ter grootte van één weeksalaris. De werknemer heeft gesteld dat een dergelijke eenzijdige wijziging niet toelaatbaar is. De kantonrechter heeft hem in het gelijk gesteld (Kantonrechter Amsterdam 30-07-1998, JAR 1998, 231, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 139). In het vonnis heeft de kantonrechter overwogen dat de werknemer geen aanspraak heeft verkregen op een jaarlijkse vaste bonus, maar dat het de werkgever slechts vrijstaat om op goede gronden en in redelijkheid wijziging in het patroon van bonustoekenning te brengen. Het in 1996 geformuleerde beleid voldeed niet aan deze eisen, aldus de kantonrechter. De werkgever heeft vervolgens, bij brief van 21 december 1998, aangekondigd in het kader van afbouw van de bonusregeling over 1999 een bonus ter grootte van drie weken salaris aan de werknemer te zullen uitkeren. De werknemer vordert dat ook na 1999 aan hem een bonus wordt betaald van één maandsalaris. De kantonrechter anno 2002 overweegt dat het de werkgever vrijstaat de bonusregeling te wijzigen, mits dat geschiedt door een wijziging van de beloningsstructuur en niet door een enkele vermindering van de totale arbeidsbeloning. De werkgever heeft in dit opzicht aannemelijk gemaakt dat hij vanaf 1996 een wezenlijk gewijzigd bonusbeleid is gaan voeren, dat erin voorziet dat werknemers die voor het gezicht naar buiten toe belangrijke functies vervullen, in grotere mate voor toekenning van bonussen in aanmerking komen dan andere werknemers. Hij heeft ook aannemelijk gemaakt dat objectief is te toetsen wie een dergelijke functie vervult. Verder is het totaalbedrag dat beschikbaar is voor bonussen toegenomen. Aan de werknemer is geen hogere bonus toegekend. De beslissing hierover is echter niet aan de rechter, maar staat ter discretie van de werkgever die het bonusbeleid mag gebruiken als een "tool of management".

Terug naar overzicht