Kantonrechter Amsterdam 13-08-1998, NJ 1999, 19 (Van Breda)


Proeftijd. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Bereidheid bedongen arbeid.

Een bedrijfsleider van een natuurwinkel met een arbeidsovereenkomst van een jaar en een proeftijd van twee maanden, salaris NLG 4.500,-- bruto per maand, krijgt op de eerste werkdag onenigheid met zijn werkgever en meldt zich ziek. De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werknemer ontslag heeft genomen tijdens de proeftijd. De werknemer verzoekt echter ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van vier maanden salaris. De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is geweest van ontslagname en dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de werkgever gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot ontslag tijdens de proeftijd. Het memoreren aan de proeftijd is daarvoor onvoldoende. Ook is aan de arbeidsovereenkomst geen einde gekomen doordat de werknemer weigerde zijn verplichtingen als werknemer na te komen. De werknemer is derhalve ontvankelijk in zijn verzoek en gezien de verstoorde arbeidsverhouding moet de arbeidsovereenkomst zo spoedig mogelijk ontbonden worden. Omdat partijen menen dat geen loon is verschuldigd wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid en zij inmiddels een vergoeding van NLG 8.500,-- bruto zijn overeengekomen, beslist de kantonrechter conform.

Terug naar overzicht