Kantonrechter Amsterdam 14-10-2002 (Von Meyenfeldt), NJ 2003, 414


Loon. Ontslag op staande voet. Voorlopige voorziening.

Een pedagogisch medewerkster bij een gesloten justitiële opvanginrichting voor jongens van 12 jaar en ouder (twee jaar in dienst, salaris € 2.316,90 bruto per maand) wordt op staande voet ontslagen op grond van het in bezit hebben van softdrugs en bijbehorende gebruiksvoorwerpen. Dit bleek bij de gebruikelijke controle bij binnenkomst voor de avonddienst. Na de constatering heeft de werkneemster haar avonddienst afgemaakt en nog twee dagen normaal gewerkt. Vervolgens is zij geschorst voor twee weken en na één week schorsing op staande voet ontslagen. De werkneemster roept de nietigheid in en vordert bij voorlopige voorziening toelating tot haar werkzaamheden en doorbetaling van loon. De kantonrechter overweegt dat gezien het beleid van de werkgever (een totaal verbod op het bezit van en het verhandelen van drugs) het vanzelfsprekend is dat het voor personeelsleden verboden is om softdrugs te hebben in de inrichting. Hoewel voldoende is komen vast te staan dat de werkneemster een ernstige beoordelingsfout heeft gemaakt, is de kantonrechter van oordeel dat de bodemrechter het ontslag op staande voet waarschijnlijk niet in stand zal laten. De loonvordering zal daarom worden toegewezen. Echter gezien de onherstelbare vertrouwensbreuk en het feit dat de geloofwaardigheid van het drugsbeleid onder druk is komen te staan, wordt de gevorderde tewerkstelling afgewezen.

Terug naar overzicht