Kantonrechter Amsterdam 15-03-1999, JAR 1999, 80 (Groenendaal)


Arbeidstijd. Deeltijdarbeid. Overwerk.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 80.

Een verkoper, acht jaar in dienst als hulpkracht met een arbeidsovereenkomst van maximaal 12 uur per week, vordert bij voorlopige voorziening inroostering op 20 uur per week, stellende dat hij structureel gemiddeld in 1995, 1996 en 1997 meer dan 12 uur per week heeft gewerkt. De werkgever heeft kenbaar gemaakt dat de werknemer binnen de normuren diende te blijven. De werkgever stelt dat de CAO niet op hulpkrachten van toepassing is en dat overwerk in 1995 t/m 1997 niet automatisch tot gevolg heeft dat werknemer op 20 uur per week moet worden ingeroosterd. De kantonrechter overweegt dat de werknemer wegens aanstelling voor 12 uur per week valt onder de Regeling rechtspositie en arbeidsvoorwaarden hulpkrachten. Vaststaat dat de werknemer in de jaren 1995 t/m 1997 gemiddeld meer dan 12 uur per week heeft gewerkt. Daarmee heeft de werknemer noch op grond van de wet, de CAO, of de Rechtspositieregeling hulpkrachten automatisch recht op een arbeidsovereenkomst voor 20 uur per week. Bovendien is het heel goed mogelijk binnen een arbeidsovereenkomst voor 12 uur per week meer uren te maken, die dan als "overuren" zijn aan te merken. Het verrichten van overwerk, ook al heeft dit een aantal jaren plaatsgevonden, leidt niet automatisch tot het uitbreiden van het dienstverband. De kantonrechter weigert de gevraagde voorziening.

Terug naar overzicht