Kantonrechter Amsterdam 15-05-2003 (Van der Hoek), JAR 2003, 149


CAO. Competentie. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 149.

De werkgever heeft in 2001 een omvangrijke reorganisatie doorgevoerd. Over de personele gevolgen daarvan heeft hij een deelakkoord gesloten met de vakbonden. Art. 9 van het deelakkoord bepaalt dat bij geschillen tussen de medewerker en de werkgever over de toepassing van het akkoord, de CAO-adviescommissie uit de ondernemings-CAO als beroepsinstantie geldt, alsmede dat de commissie een bindende uitspraak doet. De werknemer is door de werkgever voor ontslag geselecteerd. De vertrekpremie is aanvankelijk vastgesteld op € 83.496,33. Enige maanden later heeft de werkgever de werknemer echter bericht dat hij het aantal dienstjaren van de werknemer onjuist had berekend en dat een correcte berekening neerkomt op € 78.857,73. Dit bedrag heeft de werkgever aan de werknemer betaald. De werknemer vordert thans in rechte dat de werkgever het verschil tussen beide bedragen, zijnde € 4.638,60, aan hem betaalt. De werkgever stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is van de vordering kennis te nemen omdat de werknemer zich tot de CAO-adviescommissie had moeten wenden. De kantonrechter stelt vast dat het partijen op grond van art. 1020 Rv vrij staat om een geschillenregeling overeen te komen en arbitrage toe te passen. Art. 9 van het deelakkoord betreft een dergelijke regeling. Anders dan de werknemer stelt, is niet van belang dat het deelakkoord niet bij CAO is overeengekomen. Volgens art. 1020 lid 5 Rv zijn bedingen in partijen bindende statuten of reglementen ook als een overeenkomst te beschouwen. Deze bepaling heeft dus een wijde strekking. Het deelakkoord is een zodanige overeenkomst. Aangenomen moet ook worden dat de werknemer het akkoord en daarmee de geschillenregeling van art. 9 heeft aanvaard, als omschreven in art. 1021 Rv. Hij heeft aanspraak gemaakt op de financiële regeling uit het deelakkoord. Het akkoord is voorts in de beëindigingsovereenkomst uitdrukkelijk tussen partijen van toepassing verklaard. De kantonrechter is daarom onbevoegd om van de vordering kennis te nemen.

Terug naar overzicht