Kantonrechter Amsterdam 15-06-2001 (Van der Linde), JAR 2001, 143


Ontbinding gewichtige redenen. Ontslagbescherming OR-lid. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 143.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 39-jarige werkneemster (zes jaar in dienst, salaris NLG 4.788,-- bruto per maand) omdat zij, ondanks herhaalde waarschuwingen zich diverse malen tijdens werktijd met privé-zaken zou hebben bezig gehouden (veel e-mail en telefoneren naar het buitenland). De werkneemster bestrijdt de haar gemaakte verwijten en stelt dat het ontbindingsverzoek te maken heeft met haar activiteiten als OR-lid. De kantonrechter acht geen dringende reden aanwezig. Het feit dat de werkneemster, nadat met haar was afgesproken dat zij zich tijdens werktijd niet meer met privé-aangelegenheden zou bezig houden, één keer naar de Verenigde Staten heeft gebeld, is daarvoor niet voldoende. Wel levert deze gedraging grond op voor ontbinding wegens een verandering van omstandigheden. Van de werkneemster had gevergd mogen worden dat zij, nadat met haar was afgesproken dat zij tijdens werktijd geen privé-zaken meer zou behartigen, overleg had gepleegd met de werkgever alvorens naar de VS te bellen. Verder blijkt uit de stukken dat het functioneren van de werkneemster ook overigens te wensen overlaat. Niet gebleken is dat het optreden van de werkneemster als OR-lid reden is voor het ontbindingsverzoek. Billijkheidshalve is er wel reden om bij de ontbinding aan de werkneemster een bescheiden vergoeding toe te kennen van NLG 15.000,-- bruto

Terug naar overzicht