Kantonrechter Amsterdam 15-07-1998 en, 12-03-1999, JAR 1999, 78 (Van Breda)


Deeltijdarbeid. (on)gelijke behandeling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 78.

Twee stewardessen stellen dat de KLM indirect onderscheid maakt door bij indiensttreding als deeltijdstewardess hun ervaring als (standby-) stewardess niet mee te tellen, hetgeen negatieve gevolgen heeft voor het salarisniveau en de promotiekansen. De kantonrechter is met de Commissie Gelijke Behandeling van oordeel dat er sprake is van indirecte discriminatie omdat veel meer vrouwen dan mannen door deze maatregel worden getroffen. Hoewel zowel het beleidsdoel als de gekozen middelen dit onderscheid in het algemeen zouden kunnen rechtvaardigen gaat dat in dit geval niet op, omdat de werkgever in het geheel geen rekening houdt met ervaring die de werkneemsters hebben opgedaan tijdens de vele vlieguren als standby stewardess. Omdat de kantonrechter niet zonder onderzoek kan vaststellen of de vorderingen in volle omvang moeten worden toegewezen, gelast hij een comparitie van partijen. Beide partijen kunnen het echter niet eens worden over de twee kernpunten van het geschil namelijk het salarisniveau en met name de senioriteit. De toewijzing van tweeënhalf jaar extra senioriteit achten de werkneemsters te weinig. De KLM geeft vervolgens te kennen slechts bereid te zijn werkneemsters toe te laten tot het assessment voor assistent-purser, indien overeenstemming is over alle geschilpunten. De werkneemsters vorderen daarop bij voorlopige voorziening toelating tot het assessment. De kantonrechter is van oordeel dat de KLM de werkneemsters het assessment niet mag onthouden omdat zij op grond van de extra senioriteit van de tweeënhalf jaar direct toegang tot het assessment zouden hebben. Het afbreken van het overleg door de werkneemsters vordert geen rechtvaardiging voor deze poging de werkneemsters onder druk te zetten. Over de resterende geschilpunten kan ook na het assessment worden onderhandeld. De kantonrechter veroordeelt de KLM de werkneemsters toe te laten tot het assessment voor assistent-purser en bij vastgestelde geschiktheid toelating tot de cursus op verbeurte van een dwangsom.

Terug naar overzicht