Kantonrechter Amsterdam 16-03-2000 (Van der Meer), JAR 2000, 136


Ontbinding gewichtige redenen; ziekte (geen reïntegratieplan overgelegd).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 136.

Een 26-jarige arbeidsongeschikte werknemer, anderhalf jaar in dienst, salaris NLG 3.510,- bruto per maand, verschijnt ondanks herhaalde oproepen daartoe noch op het werk noch op het spreekuur van de Arbo-arts. De werkgever heeft de loonbetaling opgeschort en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van dringende redenen. De werknemer laat verstek gaan. De werkgever stelt dat de werknemer een eigen onderneming zou zijn opgestart en meent dat onder die omstandigheden geen reïntegratieplan overgelegd dient te worden. De kantonrechter overweegt dat nu de werknemer zich ziek heeft gemeld en hij terzake van zijn arbeidsongeschiktheid nooit is beoordeeld door een arts, er in beginsel vanuit moet worden gegaan dat de werknemer arbeidsongeschikt was op de dag dat de werkgever het verzoek heeft ingediend. Omdat geen reïntegratieplan is overgelegd, dient de werkgever niet-ontvankelijk te worden verklaard. Niet is vast te stellen of de werknemer niet gereageerd heeft omdat hij zijn eigen onderneming heeft opgestart of omdat hij zo ziek is dat hij niet meer in staat is zijn belangen te behartigen. Bovendien is onduidelijk of de werknemer wel woont op het adres waar hij staat ingeschreven. Als hij daar niet woont, kan hij ook niet op de hoogte zijn van deze procedure. Aangezien de werkgever de werknemer geen salaris meer betaalt dient het belang van de werknemer bij een kennisneming van de onderhavige procedure en onderzoek naar zijn arbeidsongeschiktheid zwaarder te wegen dan het belang van de werkgever bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter verklaart de werkgever niet-ontvankelijk.

Terug naar overzicht