Kantonrechter Amsterdam 17-03-2000 (Ulrici), JAR 2000, 125


Gelijke behandeling. Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 125.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Amsterdam 29-04-1999, JAR 1999, 122, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 197). Een werknemer komt met zijn werkgever een nettosalaris van NLG 2.050,-- per maand overeen. Als door wijziging in de af te dragen premies en loonbelasting het brutosalaris daalt, verzoekt de werknemer tevergeefs aanpassing van zijn nettosalaris en aanpassing aan de inflatie. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever ten onrechte de lastenverlichting niet aan de werknemer ten goede heeft laten komen en draagt hem bij tussenvonnis op aan te geven welke werknemers wel en welke werknemers niet geïndexeerd zijn. De werkgever deelt mede onderscheid te maken tussen het kantoorpersoneel en de medewerkers van de buitendienst. Het kantoorpersoneel heeft indexering van het salaris ontvangen en de buitendienstmedewerkers niet omdat die eenvoudiger werk verrichten. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever hiermee onderscheid maakt dat niet objectief gerechtvaardigd is. Het verschil in kwalificatie komt immers al tot uitdrukking in de hoogte van de honorering en is geen reden om een bepaalde groep van indexering uit te sluiten. De aan indexering ten grondslag liggende reden, bijvoorbeeld aanpassing aan de inflatie respectievelijk stijging van kosten voor levensonderhoud, geldt immers voor beide groepen. De werkgever had de werknemer op gelijke wijze moeten behandelen. Door dit niet te doen heeft de werkgever zich niet als een goed werkgever gedragen. De kantonrechter wijst de vordering toe en veroordeelt de werkgever het salaris van de werknemer over de jaren '93 tot '98 te indexeren met de aan het kantoorpersoneel toegekende indexaties.

Verder lezen
Terug naar overzicht