Kantonrechter Amsterdam 17-07-2001 (Strengers), JAR 2001, 162


Opzegging (door dronken werknemer). Wederzijds goedvinden. Voorlopige voor- ziening.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 162.

De werknemer is sinds 1987 als afwasser bij de werkgever in dienst. Op 9 april 2001 is de werknemer dronken op het werk gekomen en is niet lang daarna, zonder arbeid verricht te hebben, naar huis gegaan. De werkgever stelt dat hij de werknemer heeft opgedragen aan het werk te gaan en dat hij dat heeft geweigerd met de mededeling dat hij ontslag nam. Daarmee heeft de werkgever ingestemd. De werknemer betwist deze lezing van het gebeurde. Vaststaat dat de werknemer op 12 april 2001 door de werkgever uitbetaald heeft gekregen wat hij nog tot 9 april tegoed had en dat hij in de keuken van werkgevers' restaurant afscheid van de koks heeft genomen. De werknemer heeft zich bij brief van 14 mei 2001 op het standpunt gesteld dat hij op 9 april niet rechtsgeldig is ontslagen. Hij vordert bij wege van voorlopige voorziening doorbetaling van loon en tewerkstelling. De kantonrechter gaat er, mede gelet op de verklaringen van andere personeelsleden vanuit, dat de werknemer op 9 april heeft gezegd ontslag te nemen. De werkgever had er naar het oordeel van de kantonrechter echter niet van mogen uitgaan dat de werknemer inderdaad het dienstverband met onmiddellijke ingang wilde beëindigen. Daarbij is van belang dat de werknemer op 9 april dronken was en daardoor wellicht niet ten volle besefte wat hij deed, wat de werkgever zich gerealiseerd moet hebben, en dat de werkgever had moeten bedenken, mede gelet op het langdurige dienstverband van de werknemer (14 jaar) dat hij door een dergelijke wijze van beëindigen zijn recht op een WW-uitkering zou verspelen. De werkgever had zich er daarom uitdrukkelijk van moeten vergewissen dat de werknemer daadwerkelijk ontslag wilde nemen. Onvoldoende voor het aannemen daarvan is dat de werknemer de betaling op 12 april heeft geaccepteerd en afscheid van de koks heeft genomen. De vordering tot betaling van loon is toewijsbaar vanaf 14 mei, de datum van beschikbaarstelling, tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst. De vordering tot tewerkstelling moet afgewezen worden, nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen per heden is ontbonden

Terug naar overzicht