Kantonrechter Amsterdam 18-06-2002 (Bäuerle), JAR 2002, 159


Bereidheid bedongen arbeid. Loon (derde vordering tot tewerkstelling toegewezen ondanks dienstverband elders). Ziekte (arbeidsgeschikt voor de eigen werkzaamheden).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 159.

Een havenwerker is in september 1999 arbeidsongeschikt geworden als gevolg van rugletsel. Hij verrichtte ook machinewerk, maar kon dit niet meer doen omdat de werkgever waarbij hij gedetacheerd was, hem niet meer wilde hebben. In november 1999 heeft de Arbo-arts aangegeven dat de werknemer het werk kon hervatten mits hij de zwaarste werkzaamheden niet zou doen. In oktober 2000 is hij geschikt geacht voor alle werkzaamheden met dien verstande dat hij de zwaarste werkzaamheden niet dagen achter elkaar zou moeten verrichten. Vanaf 2000 heeft de werknemer zich regelmatig beschikbaar gesteld voor werkzaamheden. In maart en mei 2000 heeft hij op arbeidstherapeutische basis enige dagen gewerkt. Bij beslissing van 7 februari 2001 heeft het GAK hem ongeschikt geacht voor zijn eigen werk, 15-25% arbeidsgeschikt en in staat tot passend werk. De werknemer heeft bezwaar gemaakt tegen deze beslissing waarna die in augustus 2001 is herzien en de werknemer alsnog vanaf 21 september 2000 volledig geschikt is geacht voor zijn eigen werk. De werkgever is blijven weigeren om de werknemer tot het werk - hetzij havenwerk, hetzij de bediening van machines - toe te laten. De werknemer heeft inmiddels werk elders, maar vordert niettemin tewerkstelling en doorbetaling van salaris van zijn oude werkgever. Eerdere vorderingen tot tewerkstelling zijn door de kantonrechter afgewezen. De kantonrechter wijst de vordering dit keer toe. Naar het oordeel van de rechter valt niet in te zien, ook niet als moet worden aangenomen dat de werknemer niet voor machinewerk kan worden gedetacheerd, waarom de werkgever hem niet als havenwerker kan detacheren. De werknemer is immers geschikt verklaard voor dat werk. Ook als hij niet al het werk kan verrichten, dient de werkgever zijn organisatie daaraan aan te passen. De werknemer wordt wel in overweging gegeven, gelet ook op het feit dat hij nu elders werk heeft, dat daadwerkelijke tewerkstelling bij zijn oude werkgever tot een arbeidsconflict kan leiden. De loonvordering wordt eveneens toegewezen, zij het dat het loon dat de werknemer elders verdient daarop in mindering wordt gebracht.

Terug naar overzicht