Kantonrechter Amsterdam 19-02-1999, JAR 1999, 76 (Van der Linde)


Loon. Ziekte. Deeltijdarbeid. Gelijke behandeling. CAO.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 76.

Een werkgever komt met de vakverenigingen een protocol overeen ter voorbereiding van een nieuwe CAO, waarin wordt afgesproken dat tijdens ziekte het loon (inclusief rooster- en continuetoeslag) voor 100% wordt doorbetaald. Vervolgens wordt een CAO-principeakkoord overeengekomen waarin geen bepaling is opgenomen met betrekking tot het doorbetalen van loon tijdens ziekte. Als de werkgever in de tekst voor de nieuwe CAO een bepaling opstelt conform het protocol, dat ingeval van verhindering wegens ziekte vaste medewerkers recht hebben op volledige doorbetaling van loon stellen de vakverenigingen dat deze betaling nietig is wegens strijd met art. 7:629 lid 1 BW en 7:648 lid 1 BW. De kantonrechter stelt vast dat er bij de werkgever veel werknemers op parttimebasis werken, die structureel meer uren per dag maken dan is overeengekomen. Deze uren gelden pas als overwerk als zij de achturige werkdag overschrijden. Bovengenoemde bepaling heeft tot gevolg dat parttimers bij ziekte slechts loon ontvangen over het aantal uren waarvoor zij in dienst zijn en niet over de gemaakte meeruren. De kantonrechter is met de vakverenigingen van oordeel dat hiermee een ongerechtvaardigd onderscheid naar arbeidsduur wordt gemaakt. Daaraan doet niet af dat in het mede door de vakverenigingen ondertekende protocol een zelfde bepaling was opgenomen. De kantonrechter verklaart voor recht dat de door de werkgever opgestelde bepaling nietig is.

Terug naar overzicht