Kantonrechter Amsterdam 19-04-2002 (Strengers), JAR 2002, 107


Ontslag op staande voet (pornografische e-mail). Voorlopige voorziening.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 107.

De werkneemster, vijf jaar in dienst als senior deployment specialist, heeft op 12 februari 2002 per vergissing een e-mail gestuurd naar het kantoor van de chief executive officer van de moedervennootschap van de werkgever in Canada, welke e-mail voor een mannelijke collega van haar bestemd was. Bij de e-mail verzond de werkneemster twee bijlagen met pornografische teksten en afbeeldingen. Nadat de werkneemster haar vergissing bemerkt had door de ontvangstbevestiging die zij kreeg, heeft zij een e-mail gestuurd met het verzoek om geen aandacht te besteden aan het per vergissing verzonden bericht en met haar verontschuldigingen. De werkgever heeft de werkneemster vanwege deze gebeurtenis op 13 februari op non-actief gesteld en op 14 februari op staande voet ontslagen. In het Handboek Personeel is vermeld dat "acting in breach of corporate policies may result in disciplinary action, including termination". De werkneemster vordert bij wege van voorlopige voorziening doorbetaling van loon en tewerkstelling. Zij stelt dat zij de e-mail per ongeluk heeft gestuurd, dat de e-mail was bedoeld als grap en dat dergelijke grappen binnen de onderneming vaker worden gemaakt. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever nog niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op afdoende wijze aan zijn werknemers kenbaar gemaakt heeft dat zijn beleid met betrekking tot het versturen van pornografisch materiaal inhoudt dat werknemers die elkaar bij wijze van grap pornografische afbeeldingen sturen rekening moeten houden met een ontslag op staande voet. Niet uit te sluiten is echter dat de werkgever hierin in een bodemprocedure wel zal slagen. Als dat het geval zal zijn, is het ontslag naar het oordeel van de rechter terecht gegeven. Daarom dient de gevorderde voorlopige voorziening niet te worden gegeven.

Terug naar overzicht