Kantonrechter Amsterdam 21-12-2001 (Van Andel), JAR 2002, 36


Goed werkgeverschap. Ontbinding gewichtige redenen. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schadeloosstelling. Schorsing.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 36.

Een werknemer, 30 jaar, salaris NLG 9.000,-- bruto per maand, is op 1 mei 2001 voor onbepaalde tijd als Regio Manager Brabant bij de werkgever in dienst getreden. Op 27 augustus 2001 heeft de werkgever hem op non-actief gesteld. Op 23 oktober 2001 heeft hij een ontbindingsverzoek ingediend bij de kantonrechter. Daags voor de mondelinge behandeling op 27 november 2001 heeft de werkgever dit verzoek ingetrokken. Daarop heeft de werknemer onverwijld zelf ontbinding gevraagd. Hij stelt daartoe dat de verhouding tussen partijen door toedoen van de werkgever onherstelbaar zijn verstoord en verzoekt toekenning van een aanzienlijke vergoeding. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van zes maandsalarissen (NLG 54.000,--). Daartoe overweegt de kantonrechter dat de werkgever destijds aan zijn ontbindingsverzoek ten grondslag legde dat de relatie tussen de werknemer en zijn teamleden onherstelbaar verstoord was geraakt en dat dit geheel aan de werknemer te wijten was. Van de gegrondheid van dit verwijt is naar het oordeel van de kantonrechter nog niet gebleken. Aldus kan de kantonrechter slechts concluderen dat de werkgever met zijn abrupte schorsing van de werknemer de plank volledig heeft misgeslagen. Verder heeft hij zich behoorlijk onzorgvuldig gedragen door niet onmiddellijk na de op non-actiefstelling een ontbindingsverzoek in te dienen. Daardoor heeft hij de werknemer geruime tijd in het ongewisse gelaten. Vervolgens heeft hij, nadat hij dan eindelijk een verzoekschrift had ingediend, dit te elfder ure, zonder opgaaf van redenen, weer ingetrokken, daarbij de werknemer wederom in het ongewisse latende. Eén en ander rechtvaardigt toekenning van de eerdergenoemde vergoeding.

Terug naar overzicht