Kantonrechter Amsterdam 22-11-2002 (Ulrici), JAR 2003, 21


Onkostenvergoeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 21.

De werkneemster is op 1 maart 2001 bij de werkgever als customer service supervisor in dienst getreden. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat, in geval de werkneemster trainingen volgt gedurende het eerste dienstjaar, de werkgever het recht heeft om de kosten daarvan te verrekenen bij de eindafrekening. De werkneemster heeft twee cursussen gevolgd, één gedurende vijf weken in Londen en één gedurende enkele dagen in Parijs. Bij brief van 27 juni 2001 heeft de werkneemster de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 september 2001. Als reden heeft zij aangegeven dat zij voorheen stewardess was en het vliegen miste. Zij is vervolgens bij de KLM in dienst getreden. De werkgever heeft op de eindafrekening een bedrag van NLG 2.000,-- ingehouden in verband met studiekosten. De werkneemster vordert betaling aan haar van dit bedrag. De kantonrechter overweegt dat, gezien het arrest van de Hoge Raad van 10-06-1983 (NJ 1983, 796), een regeling tot terugbetaling van studiekosten in principe rechtsgeldig is, indien de regeling aan een aantal voorwaarden voldoet en met name terugvordering niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Tegen de achtergrond van het feit dat in onderhavig geval de regeling van de studiekosten helder in de arbeidsovereenkomst verwoord is, het een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar is en niet blijkt dat na dat jaar invordering nog kan plaatsvinden en de opzegging van de werkneemster niets te maken heeft met handelen van de werkgever, acht de kantonrechter verrekening van studiekosten mogelijk. De terugvordering is voorts niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Relevant in dit opzicht is dat de werkgever in de werkneemster heeft geïnvesteerd en deze investeringen voor haar zeker zinvol zullen zijn geweest. Het is niet verstandig geweest dat de werkneemster vooraf geen inzage in de studiekosten heeft gehad, maar dit maakt de inhouding niet onredelijk, nu niet is gesteld of gebleken dat zij anders de trainingen niet had gedaan. Verder neemt de werkgever een meer dan evenredig deel van de investeringen voor zijn rekening, terwijl hij daarvan geen profijt heeft gehad.

Verder lezen
Terug naar overzicht