Kantonrechter Amsterdam 24-04-2002 (Scholten), NJ 2003, 239, JAR 2003, 23


Bedrijfsongeval. Bewijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 23.

De werkneemster is op 21 augustus 1995 bij de werkgever in dienst getreden in de functie van accountexecutive. Medio 1996 heeft de werkneemster lichamelijke klachten gekregen aan haar rechterhand en pols. Vanaf 2 juli 1997 heeft zij haar werkzaamheden volledig gestaakt. Op 11 september 1997 heeft een ergonome ergonomisch advies uitgebracht ten aanzien van de werkplek van de werkneemster en heeft zij verbeteringen voorgesteld. Met ingang van 26 februari 1998 is aan de werkneemster een volledige WAO-uitkering toegekend. Op verzoek van de verzekeraar van de werkgever heeft de werkneemster in mei 2000 een medisch onderzoek ondergaan. De uitkomst daarvan was dat zij leed aan chronische pijnklachten, dat geen sprake was van een eindstadium in de behandeling, dat arbeid in tijdsduur tot 10-15 minuten beperkt zou moeten worden en dat een meetbare blijvende functionele invaliditeit niet waarschijnlijk werd geacht. De werkneemster heeft vervolgens de werkgever voor haar schade aansprakelijk gesteld op grond van art. 7:658 BW. Zij stelt dat haar klachten het gevolg zijn van de werkzaamheden – veel beeldschermwerk – bij de werkgever, dat zij te lange uren moest maken en dat haar werkplek niet voldeed aan de wettelijke voorschriften. De werkgever betwist deze stellingen en voert aan dat de klachten van de werknemer evengoed uit de privé-sfeer kunnen voortvloeien. De kantonrechter is van oordeel dat de werkneemster moet aantonen dat de gestelde schade(oorzaak) is ontstaan tijdens de uitoefening van de werkzaamheden. Dat de klachten mogelijk zijn veroorzaakt door de werkomstandigheden volstaat niet. Uit de overlegde medische en ergonomische stukken kan de causaliteit niet worden afgeleid. Daarbij is mede van belang dat er, gelet op het rapport van de Gezondheidsraad, over RSI nog te weinig bekend is om aan de ontstaansredenen ervan zekerheden te ontlenen. Een en ander betekent dat de werkneemster moet bewijzen dat zij RSI heeft gekregen door haar werkzaamheden voor de werkgever.

Terug naar overzicht