Kantonrechter Amsterdam 24-11-1999 (Westhoff), JAR 2000, 19


Gezagsverhouding. Kennelijk onredelijk ontslag.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 19.

Een indexer verricht gedurende 24 jaar bepaalde werkzaamheden voor een uitgever, bestaande uit het samenvatten van medische artikelen. De indexer ontvangt daarvoor een vergoeding gebaseerd op het aantal items. Sinds 1983 wordt de vergoeding betaald op basis van declaratie op naam van een door de werknemer opgerichte BV. De betalingen vormen vrijwel de enige inkomstenbron van de BV. Op een gegeven moment wijzigt de uitgever de wijze van het aanleveren van de indexen en op grond daarvan zijn er minder indexers nodig. De uitgever laat weten geen gebruik meer te willen maken van de diensten van de indexer en biedt een eenmalige uitkering van NLG 22.085,-- aan. De indexer stelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst en vordert op grond van kennelijk onredelijk ontslag een vergoeding van NLG 121.408,-- bruto. De kantonrechter stelt vast dat de indexer zijn werkzaamheden persoonlijk diende te verrichten gezien de hoge mate van gespecialiseerdheid. Met betrekking tot de gezagsverhouding overweegt de kantonrechter dat gezien de jaarplanning, de handleiding en de instructies van de uitgever er geen sprake is geweest van enige vrijheid omtrent het inrichten naar eigen inzicht van de indexen. Daarnaast voorzag de indexer in een substantieel deel van zijn levensonderhoud gedurende een langere periode en daarmee hadden de betalingen het karakter van loon. Niet gebleken is van enig actief ondernemerschap. Het feit dat de indexer opdrachten mocht weigeren, thuis mocht werken gedurende een wisselend aantal werkuren, doet daar niet aan af omdat dit ook mogelijk is binnen het kader van een arbeidsovereenkomst. Het feit dat een vennootschap is opgericht, leidt ook niet tot een ander oordeel omdat aannemelijk is dat deze omstandigheid door het GAK in het leven is geroepen, juist gezien het bestaan van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter acht de werknemer ontvankelijk in zijn vordering en acht de beëindiging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk. De gevraagde vergoeding is billijk gezien de duur van de arbeidsrelatie en de grond voor beëindiging geheel is gelegen in een door de uitgever doorgevoerde verandering van de bedrijfsvoering.

Terug naar overzicht