Kantonrechter Amsterdam 25-10-1999, JAR 1999, 259 (Fruytier)


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. RDA-vergunning. Sociaal plan. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 259.

De werkzaamheden van een 48-jarige voorman, 32 jaar in dienst, salaris NLG 4.829,17 bruto per maand, komen als gevolg van een reorganisatie te vervallen. De werknemer wordt met toestemming van de RDA ontslagen. Hij komt op grond van het met de vakverenigingen overeengekomen Sociaal Plan in aanmerking voor een eenmalige uitkering van NLG 30.000,-- bruto en aanvulling van zijn WW-uitkering met maximaal 25% gedurende vier jaar. Een meerderheid van de werknemers heeft ingestemd met het Sociaal Plan op het punt van de verhuiskosten na. De werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 190.366,-- bruto. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en overweegt met betrekking tot de vergoeding dat het hier gaat om een ontslag in het kader van reorganisatie, waarbij meestal niet de gebruikelijke vergoeding wordt toegekend. In de onderhandelingen met de vakverenigingen is een afweging gemaakt hoe de beschikbare financiële ruimte moet worden verdeeld over de werknemers en de kantonrechter kan het resultaat van die onderhandelingen niet anders dan marginaal toetsen. Daarbij is van wezenlijk belang dat het resultaat door de werknemers wordt goedgekeurd. In dit geval was de meerderheid van de werknemers het vrijwel geheel met het Sociaal Plan eens. Toepassing van het plan doet de werknemer echter onvoldoende recht, gezien de duur van zijn dienstverband, zijn eenzijdige opleiding en zijn leeftijd. Aangezien de werkgever niet in een financieel precaire positie verkeert en de kansen van de werknemer op de arbeidsmarkt redelijk zijn, is er reden een vergoeding van NLG 95.000,-- bruto toe te kennen, mits de werknemer geen aanspraak maakt op enige vergoeding of dienst die hem op grond van het Sociaal Plan zou kunnen toekomen.

Verder lezen
Terug naar overzicht