Kantonrechter Amsterdam 26-05-2003, 26-06-2003 (Groenendaal), JAR 2003, 201


Dringende reden. Ontbinding gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 201.

De werkgever heeft, nadat de computer van de werknemer "gecrasht" was, diverse pornobestanden op de harde schijf van zijn computer aangetroffen. De werknemer – 43 jaar oud, anderhalf jaar in dienst als Customer Care Representative Front Office – heeft verklaard de bestanden een tijd terug van een vriend te hebben ontvangen. De werkgever heeft vervolgens een voorstel gedaan voor beëindiging van het dienstverband. Hierop is gereageerd door een juriste van een rechtsbijstandverzekeraar, die aangaf namens de werknemer op te treden. Zij heeft met de werkgever overeenstemming bereikt over een formele ontbinding. Na indiening van het pro forma verzoeken verweerschrift heeft de huidige gemachtigde van de werknemer evenwel laten weten dat hij hem vertegenwoordigde en dat de werknemer niet met de schikking akkoord ging. Daarop heeft de werkgever in kort geding nakoming van de beëindigingsovereenkomst gezocht en ontbinding op inhoudelijke gronden. De kantonrechter wijst de vordering in kort geding van de werkgever af op de grond dat, nu artikel 7:685 BW bepaalt dat partijen zich te allen tijde tot de kantonrechterrechter kunnen wenden met een ontbindingsverzoek, een beding waarbij een werknemer moet afzien van het recht om verweer te voeren als nietig moet worden beschouwd. Dat geldt ook, aldus de kantonrechter, voor een bepaling dat partijen dienen af te zien van een mondelinge behandeling. Zulk een regeling zou de werknemer een gang naar de kantonrechter beletten en zou de kantonrechter de mogelijkheid ontnemen om zich te vergewissen van de werkelijke intentie van partijen. In de ontbindingsprocedure oordeelt de kantonrechter dat geen sprake is van een dringende reden voor ontbinding, zoals door de werkgever gesteld. De kantonrechter is het met de werkgever eens dat het niet aangaat dat zijn werknemers bepaalde vormen van lectuur, waaronder pornografie, exposeren zodanig dat anderen daarvan kennis moeten of kunnen nemen. Op de harde schijf van de eigen computer opgeslagen pornografie verschilt echter niet van pornografie die in de la van het bureau ligt. In beide gevallen hebben mensen die daarvan kennis nemen, ingebroken in de privé-sfeer van de betrokken werknemer, waarvan ook op het werk in beperkte mate sprake is. Zij moeten dan niet zeuren als zij daar zaken aantreffen die zij liever niet hadden willen zien. Dit kan anders zijn als sprake is van een overmatig beslag van de harde schijf of van speciale soorten lectuur, maar daarvan is in dit geval niet gebleken. Van een verandering in de omstandigheden die ontbinding rechtvaardigt, is onvoldoende gebleken. Hetgeen de werkgever ter zitting heeft aangevoerd met betrekking tot de wijze van communiceren van de werknemer rechtvaardigt niet een beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Terug naar overzicht