Kantonrechter Amsterdam 27-08-2002 (Bäuerle), JAR 2002, 264


Arbeidstijd. Gezagsverhouding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 264.

De werknemer is per 1 september 1986 op basis van een overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten werkzaamheden als stenograaf gaan verrichten voor de "werkgever". De werknemer maakte verslagen van vergaderingen. De werknemer heeft nooit andere opdrachtgevers gehad dan de "werkgever". In de eerste helft van de jaren '90 van de vorige eeuw kreeg de werknemer last van RSI-klachten. Hij is vanaf toen ongeveer 100 vergaderuren per jaar gaan verwerken in plaats van 140. De werknemer stelt thans dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week. Hij stelt nooit vrij te zijn geweest om opdrachten te weigeren en niet zonder overleg vakantie te hebben kunnen opnemen. De "werkgever" stelt onder meer dat het nooit de intentie van partijen is geweest om een arbeidsovereenkomst te sluiten. De kantonrechter stelt vast dat de "werkgever" nimmer een arbeidsovereenkomst heeft willen sluiten en dat de werknemer hiermee ook akkoord is gegaan ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Dit blijkt onder meer uit het feit dat hij de problemen rondom zijn RSI zelf heeft opgelost en zich niet tot zijn "werkgever" heeft gewend. Uit de wijze van werken, zoals deze in de schriftelijke overeenkomst is voorgeschreven en zoals deze feitelijk heeft plaatsgevonden, kan echter geen andere conclusie worden getrokken dan dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De voorwaarden die de "werkgever" aan het werk stelt in de overeenkomst wettigen de conclusie dat hij werkgeversgezag over de werknemer uitoefent. Verder had de werknemer geen andere opdrachtgevers, had hij zowel volgens de overeenkomst als feitelijk (vrijwel) geen invloed op de hoeveelheid werk die hem werd toebedeeld, zijn bedrijfsmiddelen van enige importantie voor rekening van de "werkgever" en hield de werknemer bij het opnemen van vakantie vrijwel steeds rekening met de andere stenografen. Niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week. De afspraken tussen partijen hebben een taakgericht en geen werktijdgericht karakter. Het gaat om werkzaamheden van wisselende omvang, afhankelijk van het werkaanbod dat de "werkgever" van zijn opdrachtgevers verwerft. Dat de werknemer nu minder presteert dan vroeger doet daar niet aan af. Misschien kan hij voor dat gedeelte een WAO-uitkering krijgen.

Terug naar overzicht