Kantonrechter Amsterdam 28-09-2000 (Marres), JAR 2000, 241


Anciënniteitsbeginsel. Gelijke behandeling. Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 241.

Piloten die vliegen voor de KLC, een dochtermaatschappij van de KLM, mogen op grond van een CAO na acht jaar overstappen naar de KLM. Daarbij wordt een deel van hun senioriteit meegenomen. De piloten maken daar bezwaar tegen en richten een eigen belangenvereniging op. Deze vordert een verklaring voor recht dat de KLM gehouden is oud KLC-piloten dezelfde senioriteit toe te kennen als de met hen vergelijkbare KLM-piloten. De KLM betwist dat het gaat om dezelfde arbeid. De kantonrechter overweegt dat het gaat om gelijkstelling van een groep KLC-piloten met een groep KLM-piloten voor de periode tot aan 1 juli 1996. In die periode waren de KLC-toestellen aanmerkelijk kleiner en beschikten zij over minder passagiersstoelen. Bovendien vloog de KLC toen met propellertoestellen waar de KLM uitsluitend straalvliegtuigen inzette. Ook deed de KLC uitsluitend kleinere Europese luchthavens aan. In de burgerluchtvaart geldt in beginsel dat piloten meer verdienen naarmate zij op grotere toestellen worden ingezet en dat de verantwoordelijkheid voor een bepaalde functie toeneemt naarmate het aantal te vervoeren passagiers toeneemt. Gelet op deze omstandigheden is er geen sprake van gelijke arbeid. De kantonrechter wijst derhalve de vordering af.

Terug naar overzicht