Kantonrechter Amsterdam 29-04-1999, JAR 1999, 122 (Ulrici)


Loon (bruto/netto).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 122.

Een werknemer komt met zijn werkgever een netto loon van NLG 2.050,-- per maand overeen. Door wijziging in de af te dragen premies en loonbelasting is het bruto equivalent van het netto gedaald. De werknemer verzoekt vervolgens tevergeefs om overleg over nieuwe nettoloonaanspraken en over de wijze van indexering van het bruto loon. De werknemer vordert een verklaring voor recht dat de werkgever gehandeld heeft in strijd met het goed werkgeverschap, door niet bereid te zijn tot overleg over vaststelling van een nieuw bruto loon en subsidiair een wijziging van de arbeidsovereenkomst zodat hij een hoger netto loon ontvangt en uitbetaling van achterstallig salaris vermeerderd met de wettelijke rente. De kantonrechter overweegt dat inherent aan een nettoloonbeding is, dat de werkgever het risico van een mogelijke lastenverzwaring draagt, respectievelijk het voordeel krijgt van een eventuele lastenverlichting. Het vasthouden aan een nettoloonbeding kan in bepaalde gevallen onredelijk en in strijd met artikel 7:611 BW zijn. Als van overheidswege gedurende een aantal jaren een collectieve lastenverlichting wordt doorgevoerd om met name het inkomen van werknemers niet in koopkracht achteruit te laten gaan, zonder dat daar een lastenverzwaring voor de werkgever tegenover staat, dan is het onredelijk indien dit voordeel op geen enkele wijze de betreffende werknemer ten goede komt. Dit geldt temeer als het loon niet tussentijds is geïndexeerd en de werknemer dus een ernstig koopkrachtverlies lijdt. Door niet met de werknemer te willen overleggen en hem het voordeel te onthouden terwijl het salaris niet is geïndexeerd, heeft de werkgever zich niet als een goed werkgever gedragen. De werkgever dient alsnog de lastenverlichting aan de werknemer toe te rekenen op basis van het gemiddelde bruto loon. Omdat de kantonrechter niet duidelijk is welke werknemers wel en welke niet een indexering hebben ontvangen, laat de kantonrechter de werkgever toe zich daarover uit te laten. De kantonrechter verwijst de zaak en houdt iedere verdere beslissing aan.

Verder lezen
Terug naar overzicht