Kantonrechter Amsterdam 31-05-2000 (Ulrici), JAR 2000, 196


Ontslag op staande voet (overschrijding bevoegdheden).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 196.

Een bankemployee wordt op staande voet ontslagen omdat hij ondanks eerdere berisping debetstanden bij cliënten had laten ontstaan. De kantonrechter wijst de gevorderde voorlopige voorziening tot doorbetaling van loon toe, omdat vooralsnog onvoldoende is komen vast te staan dat de werknemer zijn bevoegdheden opzettelijk heeft overschreden. Het niet terugdraaien van betalingsopdrachten van een oplopend debetsaldo, hetgeen binnen de bank vaste praktijk was, verschilt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet van het fiatteren van een betalingsopdracht leidend tot eenzelfde debetsaldo (hetgeen de reden was voor het ontslag op staande voet). Zelfs al zou de werknemer zijn bevoegdheden (opzettelijk) hebben overtreden, rechtvaardigt dat gezien zijn lange en goede arbeidsverleden (14 jaar) niet het uiterste zeer zware middel van ontslag op staande voet.

Verder lezen
Terug naar overzicht