Kantonrechter Amsterdam 31-07-2003 (Brouwer), NJF 2003, 33


Bewijs. Goed werkgeverschap. Loon. Ontbinding gewichtige redenen. Smartengeld.

Een teamleider telefooncentrale bij een ziekenhuis, voor bepaalde tijd van één jaar in dienst, meldt zich twee maanden na indiensttreding ziek. Zijn vordering tot tewerkstelling wordt afgewezen en de kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding. De werknemer, die een kritisch artikel over de werkgever heeft geplaatst op de voorpagina van een dagblad, verzoekt een voorlopig getuigenverhoor van 15 getuigen. De werknemer is voornemens uitbetaling van zijn beschikbaarheidsdiensten van 24 uur per dag te vorderen en smartengeld op grond van slecht werkgeverschap. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer niet heeft bewezen dat hij daadwerkelijk beschikbaarheidsdiensten heeft gedraaid en hij heeft ook niet aangegeven wie van de 15 opgevoerde getuigen hierover zou kunnen verklaren. Met betrekking tot de vordering smartengeld overweegt de kantonrechter dat de kantonrechter in de ontbindingsprocedure in beginsel alle relevante omstandigheden toetst en dat het niet aannemelijk is dat de werknemer na deze toetsing nog een vordering op grond van slecht werkgeverschap heeft. Na de art. 7:685 BW-procedure staat niet zonder meer een art. 7:611 BW-procedure open. Nu de werknemer heeft verzuimd bijzondere feiten en omstandigheden aan te voeren op grond waarvan hij voor smartengeld in aanmerking kan komen heeft de werknemer geen belang meer bij het horen van getuigen. Bovendien is het voorlopig getuigenverhoor door de wetgever niet in het leven geroepen om publicaties over werkgevers op gang te houden en aldus de kruistocht van de werknemer voort te zetten. Het verzoek moet dan ook worden afgewezen op grond van misbruik van bevoegdheid.

Terug naar overzicht