Kantonrechter Apeldoorn 17-10-2001 (Buijs), JAR 2002, 23


Auto (carpoolregeling). Wijziging arbeidsvoorwaarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 23.

In 1986 is tussen partijen overeengekomen dat werknemers niet langer met een bedrijfsbusje vervoerd zouden worden, maar dat zij met eigen vervoer zouden gaan reizen en dat de werkgever een vergoeding van NLG 0,57 per kilometer zou gaan betalen ongeacht het aantal gereden kilometers. Bij schrijven van 26 november 1996 heeft de werkgever aangekondigd dat er per 1 januari 1997 een nieuwe vergoedingsregeling zou ingaan, inhoudende dat voortaan alleen nog voor de eerste 10.000 kilometer NLG 0,57 zou worden vergoed en voor de overige kilometers een lager bedrag. FNV Bondgenoten heeft hierover een procedure aanhangig gemaakt. Haar vordering is echter afgewezen omdat de door haar vertegenwoordigde werknemers hun handtekening hadden gezet onder de nieuwe carpoolregeling. De werknemers hadden en hebben dit niet gedaan. Niettemin heeft de werkgever de nieuwe regeling ook op hen toegepast. De werknemers vorderen daarom vergoeding van hun kosten op basis van de oude regeling. De kantonrechter overweegt dat zijn eerdere vonnis niet op werknemers van toepassing is, nu zij daarbij geen partij waren. Bovendien is in dit vonnis de nieuwe regeling van toepassing verklaard omdat de betrokken werknemers deze ondertekend hadden. De werknemers in dit geding hebben dit echter juist niet gedaan. De kantonrechter overweegt vervolgens, onder verwijzing naar het vonnis van de kantonrechter Deventer in een soortgelijke kwestie (Kantonrechter Deventer 15-06-2000, JAR 2000, 226, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 183), dat in de eerste plaats nagegaan moet worden of de werkgever een zwaarwichtig belang heeft bij de wijziging en in de tweede plaats of een redelijk wijzigingsvoorstel aan de werknemer is gedaan. Wat betreft het zwaarwichtig belang overweegt de kantonrechter dat de enkele stelling dat voor alle werknemers dezelfde regeling behoort te gelden, niet als een dergelijk belang aangemerkt kan worden. Dit is temeer zo, nu in het concern waartoe de werkgever behoort wel meer afwijkingen op de regel worden gemaakt. De werkgever heeft verder geen redelijk voorstel aan de werknemers gedaan, maar heeft de nieuwe regeling eenvoudigweg ingevoerd. De kantonrechter acht dit niet toelaatbaar. Wel merkt de kantonrechter op aanpassing van de regeling in de toekomst niet uit te sluiten, mits de werkgever dit in overleg met de werknemers doet en hen daarbij minstens een afbouwregeling over een termijn van enkele jaren aanbiedt.

Terug naar overzicht