Kantonrechter Arnhem 15-12-1998, JAR 1999, 22 (Van Rhijn)


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Ontslagbescherming OR-lid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 22.

Een instelling die de Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW) uitvoert, verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 49-jarige werknemer, zeven jaar in dienst, zes jaar in het kader van de Rijksbijdragenregeling Banenpools en thans in het kader van de WIW (salaris NLG 2.584,40 bruto per maand). Vier inlenende instellingen hebben achtereenvolgens aangegeven niet verder met de werknemer te willen werken, ondermeer vanwege zijn onflexibele werkhouding. Daarnaast zou de werknemer een Melkert-baan hebben geweigerd. De werknemer ontkent zijn disfunctioneren en stelt dat zijn werkgever zich altijd negatief heeft opgesteld ten aanzien van de tijd die hij heeft besteed aan het oprichten van een ondernemingsraad. Volgens hem bestaat er een verband tussen zijn OR-activiteiten en het ontbindingsverzoek. De kantonrechter is echter van oordeel dat art. 21 lid 5 WOR niet aan de orde komt, omdat de werkgever nog geen OR kent en zich daarvoor bovendien geen kandidaten hebben aangemeld. De kantonrechter acht het in strijd met de strekking van de WIW (het laten doorstromen van langdurig werklozen naar regulier werk), dat een dienstbetrekking vele jaren voortduurt. Hoewel de werkgever naar aanleiding van werkweigering c.q. disfunctioneren een sanctie kan toepassen op grond van art. 4 lid 6 WIW wil dit niet zeggen dat hij geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan verzoeken. Aangezien uit verklaringen blijkt dat tenminste aan één van de detacheringen een einde is gekomen door de werkhouding van de werknemer en de werkgever meer dan zeven jaar bezig is de werknemer aan regulier werk te helpen is de kantonrechter van oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden op grond van gewijzigde omstandigheden. Daarbij is geen reden voor een vergoeding omdat de arbeidsverhouding is gebaseerd op de WIW.

Terug naar overzicht