Kantonrechter Arnhem 21-01-2002 (Wefers Bettink), Prg. 2002, 5820


Boetebeding. Concurrentiebeding. Geheimhoudingsbeding.

Een werkneemster heeft tijdens haar dienstverband (dat vier maanden heeft geduurd) ondanks het geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst contact gehad met de manager van haar (concurrerende) ex-werkgever. De werkgever vordert wegens (6x) schending van het geheimhoudingsbeding de overeengekomen boete van (6x) NLG 10.000,-- te storten op rekening van een bepaalde stichting. De werkneemster beroept zich op de niet-ontvankelijkheid van de werkgever omdat zijn vennootschap inmiddels is ontbonden. Bovendien is het boetebeding nietig omdat in de arbeidsovereenkomst geen bestemming is opgenomen en daarnaast heeft zij niet in strijd gehandeld met de geheimhoudingsplicht. De kantonrechter acht de werkgever ontvankelijk omdat hij de rechten en plichten van de ontbonden vennootschap heeft overgenomen. Omdat uit de tekst van de arbeidsovereenkomst blijkt dat er geen sprake is van een gefixeerde schadevergoeding maar van een boete en de bestemming van de boete niet is aangegeven, is het beding op grond van art. 7:650 BW nietig. De kantonrechter wijst de vordering af.

Terug naar overzicht