Kantonrechter Arnhem 30-10-1998, JAR 1999, 18 (Croll)


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Bepaalde tijd. Schadeloosstelling (te betalen aan werkgever).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 18.

Een 24-jarige juriste met een contract voor een jaar (salaris NLG 3.250,-- bruto per maand) zegt haar arbeidsovereenkomst voortijdig op om elders te kunnen gaan werken. Zij acht de werkzaamheden bij de werkgever beneden haar niveau en kan bij de nieuwe werkgever ongeveer NLG 750,-- bruto per maand bruto meer verdienen. Als de werkgever niet akkoord gaat, verzoekt de werkneemster ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat de werkneemster gehouden is de werkzaamheden uit te voeren zoals is overeengekomen en dat slechts zwaarwegende belangen kunnen leiden tot voortijdige beëindiging. Dat de werkzaamheden van een te laag niveau zouden zijn, heeft de werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt; bovendien mag van een pas afgestudeerd academicus worden verwacht zich eenvoudig handwerk eigen te maken. Ook is de ernstig verstoorde arbeidsrelatie niet komen vast te staan. Wel zal de werkneemster bij de nieuwe werkgever veel beter begeleid worden en is er sprake van een belangrijke positieverbetering. Onder deze omstandigheden is voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd, temeer nu de werkgever geen principiële bezwaren heeft tegen de ontbinding. Daarbij is een vergoeding aan de werkgever van NLG 12.000,-- bruto (zijnde ongeveer vier maandsalarissen) billijk, omdat de werkgever zijn verplichtingen tegenover de derde, bij wie de werkneemster was gedetacheerd, niet na kan komen.

Terug naar overzicht