Kantonrechter Assen 02-07-2002 (Obenhuijsen), Prg. 2002, 5917, JAR 2002, 179


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schadeloosstelling. Schorsing.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 179.

De werknemer, bijna 52 jaar, 23 jaar in dienst, salaris € 3.599,-- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de verhouding tussen partijen verstoord is geraakt. Beide partijen wijten dit aan elkaar. De werknemer is tevens medeaandeelhouder van de werkgever. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Ten aanzien van de vergoeding overweegt hij dat toekenning hiervan billijk is omdat de verstoring van de arbeidsrelatie in grotere mate aan de werkgever is te wijten dan aan de werknemer. Niet aannemelijk is gemaakt dat eerder dan begin 1999 van de kant van de werkgever twijfels werden geuit over de geschiktheid van de werknemer op de terreinen van management en organisatie, terwijl pas in september 2001 van een voorzichtig begin van afspraken tussen partijen daaromtrent is gebleken. Eind februari 2002 is de werknemer geschorst zonder dat gebleken is dat hij op dat moment een faire kans had gekregen zich aan te passen aan de veranderde rol die de werkgever kennelijk vanaf eind 2001 van hem verlangde. Ook als de werknemer in februari 2002 blijk zou hebben gegeven van een onjuiste opvatting van zijn taken rond een bepaald project, is dit geen reden voor een zo zware sanctie als schorsing met de aanzegging dat daarbij gestreefd wordt naar beëindiging van het dienstverband. Als bijzondere omstandigheid is voorts naar voren gekomen dat de werkgever kort na de schorsing aan derden schriftelijk die schorsing en de als gevolg daarvan ontstane ernstige situatie heeft meegedeeld. Niet afdoende duidelijk is geworden op grond waarvan de werkgever die schorsing niet op andere wijze aan relaties kenbaar had kunnen maken, dan wel waarom hij daarmee niet had kunnen wachten tot de beëindiging van het dienstverband. Aannemelijk is aldus geworden dat de werknemer onnodig nadeel heeft ondervonden van de gedane mededelingen door de werkgever. Op grond van de leeftijd van de werknemer, het aantal dienstjaren bij de werkgever, het salaris en de omstandigheden van het geval, kent de rechter een vergoeding toe van € 175.000,-- bruto.

Terug naar overzicht