Kantonrechter Assen 19-03-2001 (Pauw), Prg. 2001, 5664


Concurrentiebeding. Voorlopige voorziening.

Een technisch directeur, bijna drie jaar in dienst van een producent van kaasvaten en verantwoordelijk voor het relatiebeheer, zegt zijn arbeidsovereenkomst op om bij een concurrerend bedrijf in dienst te treden. De ex-werkgever houdt de werknemer aan het concurrentiebeding en vordert bij voorlopige voorziening een verbod tot werken bij de nieuwe werkgever en veroordeling tot betaling van de verbeurde boetes. De werknemer vordert in reconventie vernietiging respectievelijk schorsing van het concurrentiebeding. De kantonrechter overweegt dat de productie van kaasvaten slechts een gering gedeelte van de productiecapaciteit vormt en dat de werkgever al voor indiensttreding van de werknemer heeft besloten tot afstoting van die productie. De kantonrechter concludeert dat de werknemer zich bij de nieuwe werkgever direct noch indirect bezighoudt met de kaasvatentak noch zich richt op de afzetmarkt van de ex-werkgever. Aangezien de nieuwe werkgever uitdrukkelijk garandeert dat de werknemer zich stipt zal houden aan het concurrentiebeding onder de voorwaarde dat dit beding zich concentreert op de productie van kaasvaten, wijst de kantonrechter de vordering van de ex-werkgever af en de reconventionele vordering van de werknemer toe, in die zin dat het bestaande concurrentiebeding met terugwerkende kracht zal worden geschorst tot het moment waarop de uitspraak in een eventuele bodemprocedure in kracht van gewijsde zal zijn gegaan

Terug naar overzicht