Kantonrechter Bergen op Zoom 10-11-2003 (Verjans), JAR 2003, 284


Bereidheid bedongen arbeid. Ontbinding gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 284.

De werknemer, 35 jaar, is sinds 1 januari 1988 bij de werkgever in dienst als vrieshuismedewerker. Op 25 maart 2003 is de werknemer in voorarrest genomen op verdenking van het plegen van een levensdelict. Het voorarrest duurt nog steeds voort. De werkgever heeft nog enige tijd loon doorbetaald en heeft daarna de loonbetaling geschorst. Thans verzoekt de werkgever ontbinding vanwege onwettig verzuim en vanwege verlies van vertrouwen in de werknemer als gevolg van commotie en krantenpublicaties. De werknemer stelt dat hij (nog) niet schuldig is bevonden en dat de arbeidsovereenkomst daarom niet moet worden ontbonden. De kantonrechter stelt vast dat de oorzaak van het verzuim van de werknemer in elk geval niet in de risicosfeer van de werkgever ligt. Echter de werkgever lijdt geen schade door de afwezigheid van de werknemer, nu hij op grond van art. 7:627 BW aan deze geen loon verschuldigd is over de periode dat de werknemer geen werkzaamheden verricht. De werkgever kan de werkzaamheden van de werknemer desgewenst door een andere (tijdelijke) kracht laten vervullen. Het belang van de werkgever bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan dan ook niet gelegen zijn in het beperken van de schade. Met betrekking tot de gestelde vertrouwensbreuk overweegt de kantonrechter dat het denkbaar is dat door de recente gebeurtenissen commotie onder de werknemers is ontstaan. Vooropgesteld dient echter te worden dat de werknemer in voorarrest zit en dat vooralsnog niet is bewezen dat hij het hem ten laste gelegde misdrijf heeft gepleegd. De kantonrechter neemt geen plaats op de stoel van de strafrechter en houdt rekening met de mogelijkheid dat de werknemer op enig moment kan worden vrijgesproken. Het gaat naar het oordeel van de kantonrechter te ver dat hij in dat geval ook geen werk meer zou blijken te hebben, temeer nu hij al zo lang bij de werkgever in dienst is en het overgrote deel van zijn dienstverband naar tevredenheid heeft gefunctioneerd. Op dit moment is er daarom geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Terug naar overzicht