Kantonrechter Bergen op Zoom 24-03-2003 (Minnaar), JAR 2003, 266


Habe nichts exceptie. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 266.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, 55 jaar oud, 37 jaar in dienst, laatstelijk als logistiek medewerker tegen een salaris van € 2.226,-- bruto per maand exclusief vakantietoeslag. De werkgever stelt daartoe dat er als gevolg van het doorvoeren van kostenbesparende maatregelen geen magazijn meer is met als gevolg dat de functie van de werknemer is komen te vervallen. Er zijn ook geen logistieke activiteiten meer om te coördineren omdat de leveranciers tegenwoordig rechtstreeks bij de filialen bezorgen. De werkgever stelt vanwege zijn financiële situatie geen hogere vergoeding te kunnen betalen dan drie maandsalarissen. De werknemer betwist dat er sprake is van structureel slechte resultaten. De cijfers zouden zijn beïnvloed door eenmalige afschrijvingen in 2002 en er zou sprake zijn van geldstromen binnen de groep van BV's waarvan de werkgever deel uitmaakt. De kantonrechter constateert dat de omzet en de brutomarges van de werkgever de laatste twee jaar drastisch zijn teruggelopen. Het is daarom niet onbegrijpelijk dat de werkgever kostenbesparende maatregelen wil nemen waaronder het laten vervallen van de functie van de werknemer. Het is voldoende aannemelijk geworden dat er geen ander passend werk voor de werknemer voorhanden is. Met betrekking tot de vergoeding overweegt de kantonrechter dat de financiële gegevens van de werkgever weliswaar niet rooskleurig zijn, maar dat deze ook niet zodanig slecht zijn dat er geen enkele ruimte voor een hogere vergoeding aanwezig zou zijn. Daarnaast heeft de werkgever, ondanks verzoeken daartoe, geen inzicht gegeven in de te verwachten cijfers voor 2003 en is hij niet in staat gebleken om de vragen van de kantonrechter met betrekking tot het verschuiven van activa en passiva posten tussen verschillende BV's afdoende te beantwoorden. De belastingdienst heeft bovendien de melding van betalingsonmacht nog niet geaccepteerd omdat deze niet de vereiste informatie bevatte, waaronder een liquiditeitsprognose voor 2003. De kantonrechter acht het apert onredelijk dat de werkgever een werknemer die 37 jaar heeft meegewerkt aan de opbouw van het bedrijf met een schamele vergoeding van drie maandsalarissen naar huis wil sturen. De kantonrechter kent daarom een vergoeding toe op basis van correctiefactor 1, zijnde een bedrag van, afgerond, € 113.000,-- bruto.

Terug naar overzicht