Kantonrechter Breda 21-08-2002 (Spreuwenberg), JAR 2002, 233


CAO. Vakantie. Wederzijds goedvinden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 233.

Partijen hebben op 15 september 1999 een overeenkomst gesloten krachtens welke de arbeidsovereenkomst tussen partijen met wederzijds goedvinden is geëindigd met ingang van 1 augustus 2000. Krachtens deze overeenkomst is aan de werkneemster een beëindigingvergoeding toegekend van NLG 70.556,-- bruto en een bedrag van NLG 3.500,-- ter zake van kosten juridische bijstand. Voorts is overeengekomen dat de vakantiedagen van de werkneemster, zoals opgebouwd tot 15 september 1999 en nog op te bouwen tot 1 augustus 2000, geacht worden per 1 augustus 2000 allen door de werkneemster te zijn opgenomen. De werkneemster stelt dat deze laatste afspraak nietig is omdat daardoor wordt afgeweken van de CAO Sport, recreatie en ontspanning en zo'n afwijking op grond van art. 2 van die CAO nietig is. Verder heeft een werknemer op grond van de CAO het recht om vakantiedagen die door ziekte niet kunnen worden opgenomen op een ander moment op te nemen. De werkneemster heeft dit echter niet kunnen doen vanwege haar ziekte. Zij vordert daarom alsnog uitbetaling van de vakantiedagen. De kantonrechter overweegt dat geen sprake is van onvoorziene omstandigheden. De werkneemster is met ingang van 30 juni 1999 ziek geworden en de beëindigingovereenkomst is op 15 september 1999 tot stand gekomen, waarbij beide partijen werden geadviseerd door een advocaat. Bij de beantwoording van de vraag of ten nadele van een werknemer wordt afgeweken, dient verder de overeenkomst als geheel te worden bezien (HR 14-01-2000, Bouwman/RVB, RvdW 2000, 23, JOL 2000, 28, NJ 2000, 187, JAR 2000, 44, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 444). Naar het oordeel van de kantonrechter is door de gesloten overeenkomst niet ten nadele van de werkneemster afgeweken van de CAO noch van art. 7:645 BW, dit bezien in het licht van de totale omvang van de overeenkomst. Daarbij is aan de werkneemster immers een substantiële beëindigingvergoeding toegekend. Deze overtreft de aanspraak in geld wegens niet genoten vakantiedagen bij het einde van de arbeidsovereenkomst met meer dan 100%.

Terug naar overzicht