Kantonrechter Brielle 10-11-1998, Prg. 1999, 5086 (Wetzels)


Ontbinding gewichtige redenen. Ongewenste intimiteiten. Schadeloosstelling (C=1,25). Habe nichts exceptie.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 50-jarige administratief medewerkster (25 jaar in dienst, salaris NLG 4.876,69 bruto per maand op basis van twee dagen per week). Tussen de werkneemster en de directeur/grootaandeelhouder is een echtscheidingsprocedure aanhangig. De werkneemster is na mishandeling door haar echtgenoot al gedurende anderhalf jaar op non-actief. De werkgever stelt dat als gevolg van de ontwrichting van het huwelijk de arbeidsrelatie ernstig is verstoord en dat mede als gevolg van de verliezen de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. De werkneemster ontkent de definitieve verstoring van de arbeidsrelatie en wijst op de zwaarwegende financiële consequenties van de ontbinding, omdat zij niet in aanmerking komt voor een WW-uitkering. Bovendien zou een eventuele vergoeding in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. De kantonrechter stelt voorop dat de bedrijfseconomische redenen niet kunnen leiden tot ontbinding, te meer niet omdat geen rekening is gehouden met het anciënniteitsbeginsel. Gezien de verstoorde arbeidsrelatie moet de arbeidsovereenkomst wel worden ontbonden. Omdat niet gebleken is dat de werkneemster in overwegende mate een verwijt treft inzake de ontstane situatie, is er reden voor een vergoeding, waarbij de kantonrechter geen betekenis toekent aan het feit dat de werkneemster geen WW-uitkering toekomt. De werkneemster heeft er zelf voor gekozen om bij haar echtgenoot in loondienst te werken en heeft zich niet particulier verzekerd tegen het werkloosheidsrisico. De kantonrechter kan ook geen rekening houden met de echtelijke relatie en stelt de vergoeding vast op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor van 1,25 (NLG 200.000,-- bruto) in verband met de mishandeling. Voor verdergaande verhoging van de correctiefactor bestaat geen aanleiding, gezien de relatief lange duur van de non-actiefstelling. Het beroep van de werkgever op de slechte financiële omstandigheden van het bedrijf wordt eveneens verworpen omdat uit de jaarstukken blijkt dat er aanzienlijke reserves zijn.

Terug naar overzicht