Kantonrechter Delft 01-11-2001 (Van der Windt), JAR 2001, 245


Ontslag op staande voet. Ontbinding gewichtige redenen. Ziekte (geen reïnte- gratieplan). Schadeloosstelling (geen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 245.

De werkgever heeft de 36-jarige werknemer (11 jaar in dienst, salaris NLG 3.840,-- bruto per maand) bij brief van 21 juni 2001 op staande voet ontslagen omdat hij ernstige bedreigingen geuit zou hebben aan het adres van zijn direct leidinggevende. Hij zou hiervoor bovendien al eerder zijn berispt. Op 22 juni heeft de werknemer een gesprek gehad met de directeur van de werkgever. Daarbij zou hij deze directeur hebben bedreigd. De werknemer is sinds april 2001 gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Hij stelt dat de werkgever een onjuiste en overdreven voorstelling van zaken geeft en wijst er verder op dat hij reeds 11 jaar goed heeft gefunctioneerd. De kantonrechter stelt vast dat geen reïntegratieplan is overgelegd, hoewel de werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. De kantonrechter acht de werkgever echter toch ontvankelijk in zijn verzoek, nu hij de arbeidsrelatie tussen partijen onherstelbaar verstoord acht. Dat de werknemer dit standpunt niet deelt, doet hieraan niet af. De kantonrechter is verder van mening dat er sprake is van een dringende reden op grond waarvan de arbeidsovereenkomst tussen partijen dient te worden ontbonden. Voldoende aannemelijk is geworden dat de werknemer zich op 22 juni zeer bedreigend heeft gedragen, terwijl hij reeds een (meermalen) gewaarschuwd man was. Zijn echtgenote heeft zelfs nog namens hem excuses aangeboden voor zijn gedrag. De kantonrechter ontbindt vervolgens de arbeidsovereenkomst (wegens een dringende reden, dus zonder vergoeding) en veroordeelt de werknemer in de kosten van de procedure

Terug naar overzicht