Kantonrechter Delft 17-07-2003 (Van der Kolk), NJF 2003, 34


Ontbinding gewichtige redenen. Rekest civiel. Schadeloosstelling. Wederzijds goedvinden.

Een 42-jarige filiaalleider, bijna acht jaar in dienst, salaris gemiddeld € 3.320,20 bruto per maand, zegt zijn dienstverband op en de werkgever accepteert de opzegging. Na dat de werknemer op zijn opzegging is teruggekomen ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever voorzover vereist met een vergoeding van € 28.700,-- bruto aan de werknemer. De werknemer vordert vervolgens doorbetaling van loon tot aan de ontbindingsdatum. De kantonrechter wijst de vordering toe. Als blijkt dat de werknemer voor de datum ontbindingsbeschikking elders in dienst is getreden, verzoekt de werkgever herroeping van de beschikking in de zin dat geen vergoeding zal worden toegekend. De kantonrechter overweegt dat de werknemer in zijn verweerschrift heeft aangegeven te moeten leven van "het schamele inkomen van zijn echtgenote", waarmee hij impliciet heeft aangegeven zelf niet over inkomsten te beschikken, terwijl dit niet het geval was. Dit is ook niet ter zitting rechtgezet. Door te voorkomen dat er in de procedure feiten aan het licht kwamen die voor de werkgever tot een gunstiger afloop zouden leiden, heeft de werknemer bedrog in de zin van art. 382 lid 1 Rv gepleegd. Indien de kantonrechter had geweten dat de werknemer een andere baan had, had hij een andere vergoeding toegekend, gebaseerd op een correctiefactor 0,6 in plaats van 1. Voor het overige blijft hetgeen de kantonrechter heeft overwogen met betrekking tot de opzegging door de werknemer overeind. Niet aannemelijk is geworden dat de werknemer ten tijde van zijn opzegging elders heeft gesolliciteerd. Het door de werknemer gepleegde bedrog is geen omstandigheid waarmee verder bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding rekening wordt gehouden. De kantonrechter herroept de beschikking en ontbindt de arbeidsovereenkomst voorzover vereist met een vergoeding van € 17.220,-- bruto.

Terug naar overzicht