Kantonrechter Delft 29-07-1999, Prg. 1999, 5336 (Sarlemijn)


Functiewijziging.

Een 51-jarige werknemer, 18 jaar in dienst als operator, in welke functie hij indirect leiding geeft aan "roustabouts" wordt ontheven uit zijn functie op grond van disfunctioneren. Volgens de werkgever zijn de kennis en vaardigheid van de werknemer, gelet op de technische ontwikkelingen, achtergebleven. Ook zouden veiligheidsvoorschriften zijn overtreden. De werknemer wordt met behoud van salaris ingezet in de lagere functie van roustabout. De werknemer gaat niet akkoord en vordert bij voorlopige voorziening tewerkstelling in zijn oude functie van operator. De werknemer stelt zelden kritiek op zijn functioneren te hebben ontvangen en de werkgever heeft niet gezegd waaruit de kritiek bestond. De functie die hij thans dient te vervullen is twee functieklassen lager en gezien het fysiek zware werk niet passend. De kantonrechter gaat er van uit dat de werknemer disfunctioneerde en dat de werknemer zijn functie van operator diende op te geven. Als alternatief voor ontslag was er echter slechts één (substantieel lagere) functie beschikbaar. Het had op de weg van de werkgever gelegen de werknemer een voorstel te doen, zodanig dat de werknemer weloverwogen een besluit had kunnen nemen. Niet is gebleken dat de functiewijziging om veiligheidsredenen direct diende in te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever door de werknemer te confronteren met een onmiddellijk ingaande functiewijziging, niet zorgvuldig heeft gehandeld. De kans is groot dat de vordering tot werkhervatting in de oude functie in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De kantonrechter wijst de voorlopige voorziening toe.

Terug naar overzicht